Cirkelstad community of practice amsterdam

Cirkelstad Cop Gemeente Amsterdam

 

Wanneer & hoe: 9 april 2020, online via Google Hangouts.

Agenda:
13.00 uur - Welkom door C-creators, Mariska Joustra.
13.05 uur - Presentatie MPG door Mantijn van Leeuwen. Gevolgd door discussie & beantwoorden vragen deelnemers.
14.15 uur - Gemeente Amsterdam, Jeroen van der Waal.
14.45 uur - Afsluiting door C-creators.
 

Mantijn van Leeuwen (NIBE) over de Milieuprestatie Gebouwen.

Nederland is dichtbevolkt en ervaart grote druk op de leefomgeving. Dat is de reden voor veel wetgeving op het gebied van milieu, waaronder de Milieuprestatie Gebouw (MPG) en Milieu Kosten Indicator (MKI; voor infra).

 

Nationale Milieudatabase

Door middel van. software die werkt o.b.v. de Nationale Milieudatabase (NMD) toets je jouw product. Hierin worden elf milieueffecten bij elkaar opgeteld waardoor je een waarde in gemiddelde euro’s per vierkante meter per jaar krijgt. Het systeem en de database worden beheerd door Stichting Bouwkwaliteit. Binnen de NMD is een verzameling van milieuprofielen van producten die drie categoriën kent:

1. cat. 1, getoetst merkspecifiek product;

2. cat. 2, branchegemiddeld product;

3. cat. 3, ongetoetst producent onafhankelijk product (opgesteld door de beheerder). 
Zelf toevoegen van een product mag ook, maar daar zitten nog wat haken en ogen aan. Waarde van de MPG ligt meestal tussen 0,5 en 1. Voor infra komt er een absolute score uit voor de beoogde infrastructuur (bijv. een brug). 

 

De MPG is noodzakelijk om een vergunning te verkrijgen, gebouwcertificering te krijgen of subsidies aan te vragen. Ook kun je een MPG-score gebruiken voor aanbestedingen. Voor de kwaliteit van de data in de database heeft NIBE haar eigen beoordelingsschema waarbij een onderscheid gemaakt wordt tussen voorlopig, getoetst en gecertificeerd. Hoe vaker de MPG toegepast wordt, hoe belangrijker de gecertificeerde data zijn. Ook andere landen zijn bezig om hetzelfde systeem als MPG van de grond te krijgen. Er zitten momenteel 1.270 productkaarten in de NMD. Categorie 3 bevat momenteel zo’n 600 kaarten. Echter, om een gebouw te beschrijven zouden er minstens 3.000 moeten zijn. Er is een grote behoefte aan generieke data, maar de overheid is hier deels verantwoordelijk voor en het is moeilijk hier fondsen voor te krijgen.  

 

LCA

Er is een proces om in de database te komen. Hiervoor moet je als producent een LCA op je product(en) laten uitvoeren (Levenscyclusanalyse: totale milieubelasting van een product van wieg tot graf gedurende de hele levenscyclus) waaruit een LCA achtergrondrapport voortvloeit. Van dit rapport wordt een beter te communiceren Environmental Product Declaration (EPD) gemaakt.  De LCA laat je toetsen en als deze goedgekeurd wordt, dan wordt  het product in de vorm van een EPD als categorie 1 of 2 kaart opgenomen in de NMD.

 

De kosten om met 5 producten voor 5 jaar in de NMD te komen zijn als volgt (zie ook hier):
Opstellen EPD’s - Euro 4.000
Toetsen EPD’s - Euro 1.500
Administratie SBK - Euro 5.000

 

Profielen NMD

Een profiel blijft 5 jaar lang in de NMD staan (productkaart = profiel). Er staan dus nieuwe en oude profielen in. Dit is voordelig voor de producent, maar nadelig is dat de database verbeterd is en er methodologische verschillen zijn tussen oude en nieuwe kaarten. Hetzelfde product kan daardoor nu heel anders scoren dan 5 jaar geleden (een verschil tot wel 40%!). Een update van de NMD was verwacht voor juli 2019, maar is nog niet gepubliceerd door ICT-problemen. Het lijkt erop dat de update deze zomer komt. Als het productieproces van de producent tot 20% verbetert of verslechtert, dan mag het product onder dezelfde EPD in de database blijven (je mag jouw kaart altijd aanpassen, wat met name handig is als het proces verbeterd is).  

 

Het is momenteel mogelijk om te zien welke profielen er in de NMD staan, slechts op het niveau van de naam van product (cat 1 en 2). De milieuscores kun je pas zien als je ze gebruikt in de instrumenten (software zoals GPR). Mantijn vindt dat de EPD’s beschikbaar moeten worden, want deze bevatten geen vertrouwelijke data, maar wel data die handig en fijn zijn om te hebben (zoals levensduur). 

 

EPC in relatie tot MPG

De huidige energiebesparende maatregelen zorgen helaas voor een toename van de MPG, terwijl hiermee de EPC/Beng wel vermindert. Daarom is het altijd zoeken naar het beste evenwicht. Mantijn is dan ook voor de in ontwikkeling zijnde integrale systematiek van de DPG: Duurzaamheid Prestatie Gebouw (EPC+MPG). Omdat de huidige maatregelen een flinke ecologische terugverdientijd hebben, zou het volgens Mantijn goed zijn als we beter inzicht krijgen in de milieulast die onze energiemaatregelen teweeg brengen, bijvoorbeeld m.b.v. een nieuw instrument. Daarnaast kunnen de regels binnen de MPG-berekening wellicht strenger worden: momenteel is het gunstig voor de berekening als het product recyclebaar is, ook al is dat maar één keer het geval. Als dit alleen voordelig is als het product oneindig te hergebruiken/ recyclen is, zou dat minder milieulast met zich meebrengen. 

 

NB: NIBE heeft onlangs een studie gedaan waaruit blijkt dat de vereiste circulaire efficiënte, zoals vereist voor de MIA/Vamil, van 75% niet haalbaar is (milieulast-verhouding tussen ‘module D einde levensduur’ en ‘module A productiemodule’). Een nieuwe database is nodig. 

 

De drie belangrijke verdere ontwikkeling m.b.t. de MPG zijn: 
1. Inbrengen van circulaire indicatoren;
2. Strengere milieuprestatie-eis (woningbouw naar 0,8, is een slappe en veilige stap volgens Mantijn en naar 0,5 in 2030). Mantijn geeft aan dat de industrie nu al op 0,6/0,7 zit, dus de verbetering van 50% in 2030 wordt niet behaald door aan te scherpen naar 0,5 in 2030, men moet dan een stap verder gaan;
3. Uitbreiden van toepassingsgebied op zowel andere functies (type gebouw) als naar verbouw & transformatie. Dat laatste zal lastig zijn, want benchmark voor transformatie is erg moeilijk te geven. 

 

Afsluitend

Tot slot geeft Mantijn aan dat er een mooi systeem staat, maar dat het te langzaam en het geen stimulans biedt voor betere prestaties (het wordt slechts ingezet voor borging van minimale prestatie middels het Bouwbesluit). Daarentegen wordt het in de GWW wel al gebruikt in de aanbestedingen, daardoor is er een veel betere stimulans om de investering terug te winnen en vooruitgang te boeken. De milieuprestatie van bouwproducten in de GWW verbetert dan ook veel sneller dan in de (woning- en utiliteit)bouw. 

 

Gemeente Amsterdam

Jeroen van der Waal licht de nieuwe strategie van Amsterdam toe. De gemeente vraagt zich wat ze gaan doen met de MPG. Adaptiviteit en ‘demontabelheid’ vallen buiten de MPG, dus is het dan handig om op de MPG te sturen (om circulariteit te stimuleren)?
De gemeente heeft al plannen om de MPG-eis naar 0,9 te brengen, maar dit ligt juridisch lastig. Daarnaast moet vanaf 2022/23 iedere gebiedsontwikkelaar ook een circulaire ambitie vastleggen. Tot slot ontwikkelt Jeroen in samenwerking met zijn collega Desiree een gereedschapskist met informatie om de nieuwe strategie gemakkelijker uit te kunnen voeren. 

 

Jeroen vraagt zich af of de ambitieuze stelling van Mantijn, dat een MPG van 0,6/0,7 de standaard zou kunnen zijn ook breed gedragen wordt? Mantijn had het daarbij over de woningbouw en denkt zeker dat het te realiseren is. Wel moet er verschil gemaakt worden in type gebouw (gestapeld, rijtjes, etc). Hij raadt aan het rapport van W/E Adviseurs te lezen over het aanscherpen van de MPG.

 

De huidige EPC-norm en de strengere MPG-eisen leveren spanningen op voor de ontwikkelaars in de woningbouw. Er wordt geconcludeerd dat er een marktconsultatie nodig is om te bekijken hoe deze combinatie gemaakt kan worden. 

Tot slot vraagt Jeroen zich nog af waarom sommige partijen niet willen werken met de MPG. Mantijn geeft aan dat het kan komen doordat er nu grote druk is door het gebruik van PV-panelen. Deze vallen nu nog in categorie 3, maar zodra dit categorie 1 wordt, wordt de MPG waarschijnlijk ook beter en zullen bedrijven meer geneigd zijn deze te gebruiken. 

 

Over Cirkelstad Community of Practice (CoP)

De Community of Practice bijeenkomsten worden namens Cirkelstad georganiseerd voor alle partners van het Bouwprogramma in de regio Amsterdam. Het doel is het delen van kennis en deze kennis collectief maken met het lokale ecosysteem van partijen uit de bouwsector. Onderwerpen die worden besproken gaan over plaatselijke opgaven, thematiek en projecten. Deelname is gratis. Naast Amsterdam organiseren we ook CoP's voor de gemeentes Haarlemmermeer, Haarlem Kennemerland en Zaanstad.

 

  • slide
  • slide
  • slide

Inspireer meer

weet jij een mooi circulair initiatief? laat het ons weten!