kennisdeling

Materiaalstromen milieu-impact en energieverbruik woning- en utiliteitsbouw

 

Met het opstellen van het Rijksbrede programma ‘Nederland circulair in 2050’, het Betonakkoord, het tekenen van het Grondstoffenakkoord en de uitwerking hiervan in de Transitieagenda circulaire bouweconomie zijn de eerste stappen richting een circulaire bouw en gebouwde omgeving gezet. De doelstelling is in 2030 tot 50% en in 2050 tot 100% circulariteit van de sector te komen. EIB publiceerde i.s.m. SGS Search en Metabolic dit rapport i.o.v. RVO Transitieagenda Circulaire Bouweconomie.

 
Onze samenvatting

 

SCHAAL: Gebied – Gebouw – Infra

INHOUD: Energie – Materiaal - Water - Biodiversiteit – Mobiliteit – Sociale economie

PROCES: Organisatie – Techniek – Meten - Financieren – Borgen - Beleid

 

Waar gaat het over?

Nederland wil met ‘Nederland circulair in 2050’ en ‘Transitieagenda Circulaire Bouweconomie’ circulair bouwen opschalen. Om voortgang te kunnen monitoren is in opdracht van RVO voor de transitieagenda gevraagd om de uitgangssituatie van de circulaire bouweconomie voor woning- en utiliteitsbouw in termen van bouwmateriaalstromen en milieu-impact te schetsen. Alleen wanneer inzichtelijk is hoe zaken er aan het begin uitzagen, kan in de toekomst de voortgang in kaart worden gebracht. Aan de hand van productie en sloopcijfers van verschillende typen woningen en utiliteitsgebouwen zijn de materiaalstromen in beeld gebracht.

 

Wat is het uitgangspunt?

In aansluiting op de monitoring van de voortgang van de circulaire bouweconomie van PBL is 2014 als startjaar gehanteerd. Het vormde een uitzonderlijk jaar met zeer lage woning- en utiliteitsbouwrealisaties ten opzichte van de jaren voor de crisis en recentere jaren waardoor de nieuwbouw- en sloopvolumen aanzienlijk uit elkaar lagen (4x meer nieuwbouwwoningen en 2x meer utiliteitsnieuwbouw t.o.v. sloop).

 

Wat waren de opmerkelijkste conclusies?

1. Aanbod secundair materiaal uit sloop, herstel en verbouw, sluit beperkt aan bij nieuw- en verbouwopgaven.

·       Zelfs bij directe hoogwaardige toepassing van alle vrijkomende materialen zou niet meer dan 41% van de totale vraag aan bouwmaterialen binnen de keten kunnen worden gerealiseerd.

2. Mate waarin vraag en aanbod op elkaar aansluiten verschilt per materiaalstroom.

·       Voor glas en isolatiemateriaal is het aanbod door de strengere EPC-eisen 3 tot 3 ½ keer kleiner.

·       Voor keramiek en hout is het gat tussen vraag en aanbod met een factor 1,5 verschil relatief klein.

·       Voor steen is het aanbod zelfs een factor 2,6 groter dan de vraag, doordat kalkzandsteen bij sloop van oudere gebouwen veel vrijkomt ten opzichte van de huidige vraag vanuit nieuwbouw.

3. Gerecyclede materialen vinden hun weg beperkt terug naar de woning- en utiliteitsbouw

·       6,4 miljoen ton secundair materiaal uit sloop werd hergebruikt, 1,2 miljoen ton secundair materiaal is toegepast in de woning- en utiliteitsbouw, de overgrote rest blijft in de GWW.

4. Massa materiaalstromen biedt beperkt inzicht in de milieu-impact van materialen:

·       Funderingen en ruwbouw beslaan veel massa (80%) met in verhouding minder milieu-impact (45%) hier tegenover staan installaties met een relatief weinig massa (1%) maar die een hoge milieu-impact (9%) hebben.

5. Herstel en verbouw verantwoordelijk voor circa een derde van de milieu-impact

·       Herstel en verbouw was in 2014 verantwoordelijk voor maar 8% van de totale materiaalvraag en 29% van de milieu-impact van de totale vraag naar bouwmaterialen.

6. Gebouwgebonden t.o.v. materiaalgebonden energieverbruik is de belangrijkste bron van CO2-emissies.
·       Energieverbruik binnen gebouwen is verantwoordelijk voor 80% van de CO2-emissies t.o.v. 20% die bij de productie van materiaal vrijkomt.

 

Hoe ziet de toekomst eruit?

Verwachting is dat de verbouwproductie richting 2030 i.v.m. de toename van de voorraad, kwaliteitseisen en beleid rond duurzaamheid zal verdubbelen. Er wordt relatief meer gesloopt en verbouwd t.o.v. nieuwbouw, waardoor het verschil tussen inkomende en uitgaande materiaalstromen kleiner wordt. Ook is de verwachting dat het gebouwgebonden energieverbruik door beleid rond duurzaamheid (meer PV, isolatie en Wp) zal afnemen.

 

Wat zijn de kansen?

Vrijkomend secundair materiaal uit de woning- en utiliteitsbouw kan in beperkte mate voorzien in de vraag naar materiaal (nu in theorie 41% in 2030 59%). Dit biedt kansen voor circulariteit in de bouw.

·       Bevordering van gebruik van secundair materiaal door de toepassingsmogelijkheden ervan te vergroten.

·       Minder gebruik primair materiaal door slimmer te bouwen (demontabel/ gestandaardiseerd/lichtere bouw)

·       Toepassing van levensduur verlengende maatregelen en technieken.

·       Minder vervuilende/hernieuwbare primaire alternatieven toepassen (bestaande en nieuwe).

 

Hoe moeten vervolgacties eruitzien?

Er zijn twee belangrijke routes voor vervolgacties om mogelijkheden voor circulariteit in de bouw te benutten:

·       Monitoring van de sector als geheel inclusief de in kaart te brengen uitgangssituatie van de GWW.

·       Er moet onderzoek/inzicht komen (verkenning) naar wat de effecten, reikwijdte en mogelijkheden van beleidsinstrumenten zoals de MPG en ander flankerend beleid. Op deze manier kan in kaart worden gebracht of de toepassing ervan doelmatig is en verduurzaming van de sector/lagere milieu-impact tot gevolg heeft.

 

Inspireer meer

weet jij een mooi circulair initiatief? laat het ons weten!