afscheidsblog

Wat is circulair aan circulariteit?

 

2,5 jaar was ik voor C-creators aan het werk in de circulaire economie. Ik begeleidde opdrachtgevende partijen bij het implementeren ervan, koppelde innovatieve producenten aan ambitieuze projecten en probeerde het abstractieniveau van de circulaire bouw naar een concreter niveau te tillen. Nog 2,5 jaar daarvoor begon ik me bezig te houden met dit onderwerp, schreef er mijn masterthesis over en begon voor het eerst specifieke maatregelen een plek te geven in ontwerpplannen, destijds als architect. Je kan stellen dat ik er vroeg bij was.


Sindsdien is er een ware hausse ontstaan omtrent circulair bouwen. Dat is mooi, want eindelijk is er structureel aandacht voor de tegenstrijdigheid van oneindig gebruik binnen een begrensd systeem en tegelijkertijd zorgt het exponentiële gebruik van het begrip
zelf ook voor toenemende onduidelijkheid in de discussie. We zijn bezig en ik sluit mezelf hier nadrukkelijk niet uit een instructief begrip te verslijten door overdadige toepassing, te pas en te onpas. Iedere sloopopgave is tegenwoordig circulair, houtbouw is uit zichzelf al circulair, transport naar de bouwplaats wordt circulair, zelfs ons binnenklimaat omgeeft ons circulair, maar wat bedoelen we daar eigenlijk mee, gewoon, circulair, goed toch!? Je kan stellen dat bij circulariteit hergebruik van het begrip zelf nog het meest circulair is.


Maar helpt deze aanpak in de transformatie naar andere omgang met materiaalconsumptie? Niet in mijn ogen, in tegendeel. Het geeft veel partijen vooral een makkelijke rechtvaardiging om gelimiteerde concepten onder een mooie paraplu te plaatsen en ondermijnt de echt intrinsieke bedoelingen en doeltreffende oplossingen die zo hard nodig zijn.


Wat moeten we dan hieraan doen? Om het kaf van het koren te scheiden, zijn we toe aan meer duidelijkheid over de achterliggende doelen. Circulariteit, niet nieuw, maar o zo actueel, is geen doel op zich, maar een middel. Een middel om functionele waarde van producten te bewaren, om schaarse materiaalvoorraden te ontzien, maar ook om het milieu te beschermen en dat alles van productie tot hergebruik. Dat zijn de uiteenlopende doelen die schuilen achter het begrip circulariteit.

Vaak gaan ze samen, denk aan slim gebruik van hout, dat CO2 opvangt, als hernieuwbaar materiaal geen eindige grondstoffen delft en, mits demontabel en modulair toegepast, ook waardebehoudend kan zijn. Maar niet zelden, lopen ze elkaar in de weg (bijvoorbeeld hergebruikt sloopafval dat materiaalgebruik in de wegenbouw vermindert, maar door het bewerkings- en downcyclingsproces ook voor hoog energieverbruik en dito waardeverlies zorgt). Uiteindelijk noemen we het allemaal circulair, ongeacht uiteenlopende invloed op de verschillende facetten. Laten we dus sterker differentiëren en kritischer onderscheiden. Impact is daarvoor essentieel.

 

Om keuzes te maken willen we weten wat het oplevert. Circulaire impact bestaat echter niet en kan zo doende ook niets opleveren, of een gebouw 30, 60 of 90% circulair is, zegt op zichzelf helemaal niets. Anders dan bij energie, ligt er voor circulariteit nauwelijks een kwantitatief fundament. De waarde van een demontabel dakelement kun je daarentegen wel beoordelen, het aandeel gerecyclede
grondstoffen van een betonnen kolom eveneens en het milieueffect van lokale en energiearme producten meten we nu al. Het gaat er dan ook niet om hoe circulair een oplossing is, maar wat ze oplevert op de eerder geformuleerde doelen. Als we dat elkaar
duidelijk kunnen maken is samenwerking nabij.


Laten we ons tot slot niet blindstaren op de allesomvattende oplossing, ook zo’n vaak gehoord appel. Die bestaat niet in de bouw. Net zomin als dat fruit altijd gezond is, de vitamines en vezels zijn dat wel, maar de suikers vaak niet, oftewel voor de roker wel gezond, een diabeticus kiest beter voor groenten. Hout is, mijns inziens, ook niet altijd beter dan beton, zoals dat nu vaak wordt geroepen. De specifieke context moet altijd leidend zijn voor het antwoord. Terwijl voor een tijdelijk gebouw demontabel staal wellicht beter is, kan voor een adaptieve constructie de lange levensduur van beton belangrijker zijn dan de negatieve milieueffecten  en zal voor een corporatiewoning met muterende bewoners een flexibel en gezond houten interieur de doorslag kunnen geven. Differentiatie is taai, niet sexy noch to the point, maar ontleding van verschillende facetten is onmisbaar voor een beter inzicht in circulair bouwen.


De laatste jaren heb ik veel gepassioneerde opdrachtgevers en ambitieuze producenten langs zien komen, de mankerende duidelijkheid bij de vraag aan de ene en het ontbrekende inzicht in impact aan de andere kant belemmerden echter implementatie. Ik pleit er dan ook voor beide gedifferentieerd op elkaar af te stemmen. Geen gemeenplaatsen meer, specificatie van de vraag en afstemming op de impact. Alleen op deze wijze kunnen we relevante oplossingen tot opschaling brengen en de greenwashers onder ons bloot leggen.


Bij C-creators proberen we vooral aan de voorkant te werken. We faciliteren bij het besef voor de juiste vraag, brengen daarmee opdrachtgevende met opdrachtnemende partijen samen en helpen zo de economie op gang. Op mijn eigen weg, die ik per oktober voortzet bij TNO zal ik mij binnen datzelfde ecosysteem richten op de achterkant waar het gaat over de impact. Waar ook, voor of achter, laten we vooral met elkaar in gesprek blijven en verder bepalen wat circulariteit nou echt betekent.


Een circulaire groet,
Stefan Dannel

Inspireer meer

weet jij een mooi circulair initiatief? laat het ons weten!