accelerators of the circular built environment

Let's economize

kennissessie

Biobased Bouwen

 

Op 20 april organiseerde C-creators een kennissessie over biobased bouwen. Imme Groet (C-creators) leidde de kennissessie in met een presentatie over het Actieplan Houtbouw van de MRA. In deze presentatie werd duidelijk hoe de MRA concreet invulling geeft aan de doelstelling om in 2025 minimaal 20% van de woningvoorraad in hout te bouwen. Na deze presentatie nam Philip Kuipers (Hedgehog Company) de groep vervolgens mee in de toepassing van biobased materialen in een concreet project: The Natural Pavilion. Naast innovatieve biobased toepassingen kwamen ook een aantal barrières aan bod die het gebruik van biobased materiaal hinderen. Christina Eickmeier (CHRITH Architects) sloot de kennissessie af met een presentatie over de kansen en voordelen van stro en kalkhennep. Hieronder zijn de samenvattingen van de presentaties en de inzichten na te lezen.

 

Actieplan convenant Houtbouw met Imme Groet (C-creators)

 

21 oktober 2021 is de Green Deal Houtbouw getekend door meer dan 70 publieke partijen, marktpartijen en kennisinstellingen. De ambitie in dit convenant is om vanaf 2025 minimaal 20% van de woningproductie in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) van hout en andere biobased materialen te bouwen, zodat woningen sneller en duurzamer worden gebouwd. Dat levert jaarlijks een reductie op van circa 220.000 ton CO-2-uitstoot en een aanzienlijke vermindering van de uitstoot van stikstof. Juf Nienke, Robin Wood en de Warren op IJburg en M’DAM op Monnickendam zijn mooie voorbeelden van houtbouw die nu in de MRA zijn/worden gerealiseerd.


In het Actieplan Houtbouw wordt uiteengezet hoe de MRA naar bovengenoemde doelstelling toewerkt. Het actieplan bestaat uit de volgende vijf actiepunten: locaties, businesscase, wet- en regelgeving, kennisopbouw en -deling en communicatie.

 

  • Locaties: ondertekenaars van het convenant wijzen locaties aan voor de ontwikkeling van biobased woningen. Dit is enerzijds om te garanderen dat locaties beschikbaar worden gesteld en anderzijds een toetsing om te kunnen berekenen of de ambitie van 20% vanaf 2025 kan worden behaald.
  • Kosten: houtbouw is niet altijd duurder, in veel gevallen vergelijkbaar en in sommige zelfs goedkoper. Binnen dit actiepunt wordt de complexiteit van de houtbouwkosten in kaart gebracht. Denk daarbij aan grondkosten, ontwikkelkosten, verkoopkosten, exploitatiekosten en exit waarde.
  • Wet en regelgeving: wet en regelgeving is nog veelal gebaseerd op de conventionele manier van bouwen. Daarom worden binnen het actiepunt ‘wet- en regelgeving’ de kansen en barrières omtrent houtbouw en de daaruit volgende aanpassingen van nationale wet- en regelgeving geagendeerd.
  • Kennisopbouw en -deling: Voor dit actiepunt is een gezamenlijke MRA brede houtbouw kennisagenda opgesteld voor de periode 2021-2025. Deze kennisagenda zorgt er enerzijds voor dat kennishiaten worden geagendeerd waardoor de ontwikkeling van kennis gericht gestuurd kan worden. Zo wordt voorkomen dat men in elk project het wiel opnieuw probeert uit te vinden. Tevens wordt aan de hand van tekst (bijvoorbeeld leidraden, handreikingen, en onderzoeksrapporten), bijeenkomsten (bijvoorbeeld kennissessies, marktconsultaties of kenniskringen) en demonstraties (bijvoorbeeld excursies en exposities) kennis gedeeld.
  • Communicatie: Het grote publiek wordt met een gezamenlijke communicatiestrategie én met vrije publiciteit in regionale en nationale massamedia meegenomen in de ontwikkelingen en voordelen van houtbouw. Ook zijn een website en nieuwsbrief in de maak.

Natural Pavilion met Philip Kuipers (Hedgehog Company)


The Natural Pavilion is sinds kort te bezichtigen op Floriade. Het gebouw bestaat uit stapelbare biobased modules.  Daarnaast zijn er een aantal innovaties toegepast binnen en buiten het gebouw. Zo laat het de mogelijkheden zien van het toepassen van groen in de gebouwde/gestapelde toekomstige woon- en werkomgeving, nieuwe vormen van regenwateropvang, optimaal gebruik van natuurlijk daglicht, ventilatie en minimaal energiegebruik. Verder laat het gebouw de grote verscheidenheid aan biobased toepassingen zien. Zo zijn er in het gebouw vloeren van spinaziezaad en wanden van paprikastengels, oude meerpalen, en mycelium te vinden. Philip ging ook in op een aantal belemmeringen die het gebruik en de schaalsprong van biobased materialen hinderen:

  • Certificering: Een aanbesteding stelt eisen aan veiligheid, de technische constructie en comfort. De inschrijver dient garanties af te geven bij het indienen van het ontwerp aan de hand van de certificering van bouwmaterialen en -elementen. Veel biobased bouwmaterialen en -elementen zijn echter nog niet gecertificeerd. Dit certificeringsproces is prijzig en met name beginnende ondernemers kunnen dit certificeringsproces niet bekostigen waardoor sommige biobased bouwmaterialen niet op grote schaal worden toegepast.
  • MPG: De MPG drukt de milieu impact uit van een materiaal in een getal.  De MPG wordt berekend met behulp van een levenscyclusanalyse (LCA). De biogene CO2 opslag, het duurzame voordeel van biobased materialen, wordt echter niet meegenomen in de bepalingsmethode van de MPG. Er wordt immers uitgegaan van verbranding aan het einde van de levensduur waardoor de opgeslagen CO2 in biobased materialen weer vrijkomt. Door uit te gaan van verbranding aan het einde van de levensloop en het circulaire gebruik van hout niet in ogenschouw te nemen, komt hout een stuk minder gunstig naar voren in de MPG.
  • Onvolledige NMD: De Nationale Milieudatabase (NMD) is de database waar architecten en projectontwikkelaars uit kunnen putten voor het berekenen van de milieuprestatie van een bouwwerk. In de NMD staan echter nog een beperkt aantal biobased producten waardoor deze ondanks beschikbaarheid onvoldoende in beeld zijn bij professionele bouwers.
  • Productkaarten NMD: De bouwproducten in de NMD zijn voorzien van productkaarten. Een productkaart bevat onder andere milieu-informatie die verkregen is uit een levenscyclusanalyse (LCA). De productkaarten zijn onderverdeeld in drie categorieën.

    1. Categorie 1: merkgebonden data, getoetst
    2. Categorie 2: merkongebonden data (merkloos), getoetst
    3. Categorie 3: merkongebonden data (merkloos), niet getoetst

    Bij het opstellen van de LCA voor categorie 3 producten wordt gebruik gemaakt van generieke data. Omdat verondersteld wordt dat de op deze wijze verkregen milieudata een grotere onnauwkeurigheid kent dan de milieudata bij de getoetste producten, krijgen categorie 3 producten een toeslag van 30%. Hierdoor is de MPG/MKI-berekening met categorie 3 kaarten mogelijk hoger dan de werkelijke milieu-impact. Een groot deel van de biobased bouwproducten in de NMD heeft geen categorie-1 of 2 productkaart waardoor onduidelijkheid is over de werkelijke milieu impact.
  • Onbekendheid: Tot slot is het brede publiek vaak nog relatief onbekend met biobased materialen en kunnen bepaalde materialen alleen op een specifieke manier worden toegepast waardoor schaalbaarheid moeilijk haalbaar is.
 
Christina Eickmeier (CHRITH Architects) – bouwen met stro en kalkhennep


Christina Eickmeier gaf een presentatie over de mogelijkheden en kansen van stro en kalkhennep als biobased bouwmateriaal. Deze materialen hebben vele voordelen. Allereerst slaan biobased materialen als stro en hennep meer CO2 op tijdens de levensduur dan dat er bij de productie tot bouwmateriaal vrij komt. Deze materialen maken het daardoor mogelijk om CO2 negatief te bouwen (zie afbeelding hieronder). Verder zijn stro en hennep kort cyclische hernieuwbare grondstoffen. Hierdoor is het mogelijk om in een relatief korte periode bouwmateriaal te oogsten. Verder isoleren deze materialen goed tegen warmte, kou en geluid en hebben ze als isolatiemateriaal een hoge thermische massa. Daarnaast hebben stro en hennep een damp-open structuur. Dat betekent dat het materiaal ‘ademt’ en de luchtvochtigheid in een gebouw reguleert waardoor er op natuurlijke en automatische wijze een gezond binnenklimaat ontstaat. Aan het einde van de levensduur zijn stro en hennep goed te composteren waardoor deze materialen kunnen dienen als grondverbeteraar. Al met al passen materialen als stro en kalkhennep perfect in de nieuwe circulaire, klimaatpositieve en gezonde bouwcultuur.
 

Inspireer meer

weet jij een mooi circulair initiatief? laat het ons weten!