Circulair (her)ontwikkelen – blog 1: Een nieuwe vastgoedproject? Zo stuur je op duurzame herontwikkeling

duurzame herontwikkeling

Je krijgt een nieuw vastgoedproject op je bord. De vraag naar ruimte verandert, het gebouw is aan groot onderhoud toe, of er ligt een kans om bestaande panden een nieuwe bestemming te geven. Dan begint ook de bekende worsteling: duurzaamheidsdoelen botsen met budgetten, tijdsdruk dwingt tot snelle keuzes en circulariteit voelt als één opgave te veel. Maar circulariteit hóéft geen extra last te zijn. Wie het vroeg genoeg in het proces verankert, merkt dat het de flexibiliteit vergroot, de levensduur van materialen verlengt en op termijn kosten bespaart. De sleutel zit in de initiatiefàse: hier leg je de basis voor alles wat volgt. 

In 2022 begeleidden we het COA bij de verduurzaming van hun vastgoed. In deze blogserie delen we de lessen die we leerden. In deel 1 laten we zien hoe je in de initiatieffase de circulaire koers uitzet aan de hand van vier sturende vragen.

Vier vragen die de richting bepalen

In de initiatieffase neem je de besluiten die het hele verdere proces kleuren. Niet in detail, maar wel in
richting: wat wil je bereiken, wie betrek je erbij, hoe hoog leg je de lat en hoe weet je of je het haalt?

Door deze vragen vroeg te beantwoorden, voorkom je miscommunicatie, onverwachte kosten en
last-minute compromissen op het gebied van duurzaamheid.

1. Wat wil je bereiken? Stel concrete circulaire doelen

Circulariteit begint met een keuze: op welke focusgebieden wil je inzetten? Denk aan materiaalherkomst, losmaakbaarheid, CO2-uitstoot of de milieuprestatie van het gebouw als geheel. Hoe concreter je je doelen formuleert, hoe makkelijker je ze later kunt toetsen en communiceren naar alle betrokkenen.

Voorbeelden van concrete doelstellingen:
• “Bij de renovatie passen we minimaal 20% hergebruikte of biobased materialen toe.”
• “We brengen de te oogsten materialen in kaart en zorgen dat minimaal 15% hiervan een plek
krijgt in het nieuwe ontwerp.”
• “Samen met onze onderhoudspartners streven we jaarlijks naar een groei van minimaal 10% in
het aandeel hernieuwbare en hergebruikte materialen.”

Bij het AZC aan de Mientlaan in Katwijk vertaalde het COA deze aanpak naar drie leidende principes:
vernauwen (bestaande casco’s hergebruiken), vertragen (restmaterialen inzetten) en sluiten
(biobased materialen en demontabele opzet toepassen). Deze drie principes gaven het projectteam
een gedeelde taal en heldere prioriteiten — al vóór de eerste schop de grond inging.

2. Hoeveel wil je bereiken? Vertaal doelen naar prestatie-eisen

Zodra je weet wát je wilt bereiken, bepaal je hoe ambitieus de lat ligt. Een circulair Programma van Eisen (PvE) helpt daarbij: het legt vast welk percentage materialen non-virgin of biobased moet zijn, hoe losmaakbaar het gebouw moet worden en welke MPG-score je nastreeft.

Een nuttig hulpmiddel hierbij is het materialenstatedocument: een overzicht dat vastlegt welke materialen worden toegepast, waar ze vandaan komen en hoe ze aan het einde van de levensduur kunnen worden hergebruikt. Bij de Mientlaan stelden de architecten dit document op als onderdeel van het ontwerpproces, waardoor circulariteit niet een wens bleef, maar aantoonbaar werd geborgd.

3. Hoe meet je het? Kies je indicatoren vroeg

Wie pas achteraf gaat meten, mist de kans om tijdig bij te sturen. Plan je meetmethode daarom al in de initiatieffase. Er zijn verschillende gangbare indicatoren:

MPG (Milieuprestatie Gebouw) — de Nederlandse richtlijn ligt momenteel op 0,8. Deze wordt vanaf 1 juli 2026 verder aangescherpt.
Quick Carbon Indicator — meet de integrale CO2-uitstoot van nieuwbouw op de korte termijn.
BCI (Building Circularity Index) — combineert MPG, losmaakbaarheid en CO2-uitstoot in één indicator.
GPR (Gemeentelijke Praktijk Richtlijn) — een digitaal instrument dat duurzaamheid beoordeelt aan de hand van rapportcijfers.
HNN (Het Nieuwe Normaal) — biedt een eenduidige taal en haalbare, ambitieuze circulaire prestatienormen voor de bouwsector.

Niet elk project vraagt om alle indicatoren. Kies wat past bij de schaal en ambitie van jouw project en zorg dat alle betrokken partijen weten waarop gemeten wordt.

4. Wie betrek je? Bouw vroeg aan draagvlak

Circulariteit is geen ontwerpkeuze die je alleen aan de architect overlaat. Het vraagt om betrokkenheid van architect, sloper, aannemer én de eigen organisatie. Collega’s die later verantwoordelijk zijn voor gebruik en onderhoud, moeten begrijpen wat er anders is aan een circulair ontwerp en waarom. Wees transparant over keuzes en eventuele afwijkingen van een ‘normaal’ project.

Bij de Mientlaan werd circulariteit expliciet meegenomen in de aanbesteding: zo werd ingezet op het scheiden van installaties en constructie voor betere aanpasbaarheid, eenvoudig aanpasbare binnenwanden, recyclebaar bodemafsluitermateriaal en metselwerk van hergebruikte stenen. Dat vroeg om heldere communicatie naar alle inschrijvers en leverde vergelijkbare, serieuze voorstellen op.

Wat als het niet lukt?

Niet alles wat je wilt, is haalbaar. Bij de Mientlaan werd onderzocht of materialen op locatie geoogst en hergebruikt konden worden — maar door een mismatch in vraag en aanbod bleek dit niet uitvoerbaar. De les: onderzoek dit vroeg, zodat je tijdig een alternatief kunt kiezen zonder het hele project te vertragen. In dit geval werd circulair slopen alsnog opgenomen in de aanbesteding, zodat de materialen elders een tweede leven konden krijgen.

De basis ligt in de initiatiefase

Circulariteit verankeren in een vastgoedproject begint niet bij het ontwerp, de aanbesteding of de bouw — het begint bij de eerste vragen die je stelt. Wat wil je bereiken? Hoe hoog ligt de lat? Hoe meet je dat? En wie heb je daarvoor nodig? Wie die vragen vroeg beantwoordt, legt de basis voor een proces waarin alle partijen dezelfde kant op werken.

In blog 2 gaan we in op hoe je circulariteit doorvertaalt naar het ontwerp en welke keuzes in die fase de meeste impact hebben

Dit is deel 1/6 van onze blogserie over circulair (her)ontwikkelen. In 2024 schreven we een handreiking voor het COA. In deze serie delen we de belangrijkste lessen. Dit project is tot stand gekomen dankzij het subsidieproject AMIF Duurzame en Hybride Opvang. 
Foto: COA; ontwerp plaat bouwcyclus: Roselien Steur

Meer weten?

C-creators Groen Merel (1)
Merel
Stolker
Projectmanager
merel@c-creators.org

Gerelateerd